
De 24ste dag, wat gaat het snel. Maar er is zoveel te zien, te beleven en te ondernemen. Ik wil niet om 15:00 uur al voor mijn tentje zitten, wetende dat er zoveel te zien is onder het fietsen. Ik ga niet 10 kilometer terug om naar een camping te gaan, ik ga liever 30 kilometer vooruit. Heb niet het gevoel dat ik iets over sla of afraffel. Ik neem de tijd om alles te bekijken. De tijd voor de verhalen van de mensen onderweg en om een praatje zit ik zo ie zo niet verlegen. Nee, ik weet even niet waarom dit zo snel gaat. Weet wel dat iedere dag een feestje is, er gebeurd iedere dag wel iets. Zo gaaf !
Ik was vroeg vertrokken vanaf Bercianos Del Real Camino. Na een tijdje gereden te hebben kwam Leon al snel op de borden te staan. Ik wilde eigenlijk door Leon heen gaan maar op 1 of andere manier ben ik niet in Leon terecht gekomen maar er “onder door’. Na 15 kilometer kwam ik er pas achter dat Leon al gepasseerd was. Shit…..
Ik had me voorgenomen tijdens deze reis, nimmer terug te rijden als maar naar voren. Heb me er aan gehouden. Ben door gegaan omdat ik wist dat ik richting Hospital de Orbigo reed. Een brug genaamd Rio Orbigo met 18 bogen en waar riddergevechten eens per jaar worden nagespeeld ter ere van Don Suero. Door het winnen van het strijden schonk hij de halsketting aan de kathedraal van Santiago en de siert nu het borstbeeld van St Jacob.
Op de brug passeerde ik een groep mensen die in het Nederlands vertelde wat een dikke fiets heeft die man, moet ie helemaal naar Santiago. Verbaasd dat ik terug antwoorden dat ik dat wel van plan was. Tuurlijk een superleuk gesprek gehad met deze mensen. Bewondering dat ze alle plaatsen hebben aangedaan met de een bus en overal bleven slapen in hotels. Je moet het maar doen, superleuk om te horen wat ze allemaal hadden gezien en meegemaakt. Ieder zo zijn eigen vervoer op de camino ! (De belg met zijn ezel, onderweg iemand op de fiets met een trollie er achter gebonden, tandems met een fietskarretje er achter, wandelaars met kinderwagens noem het maar op, iedereen zo op zijn geheel eigen manier naar Santiago !)
Op naar Sahagun, daar had ik van tevoren een camping gevonden (eigenlijk de enige in de buurt van dat plaatsje). Na een prachtige rit door uitgestrekte velden met zo af en toe een grote boom in het midden, uitgestrekte velden die net waren gemaaid en waarvan het hooi mooi opgerold lag te wachten om opgehaald te worden kwam ik aan bij Castrojeriz.
Daar staat de Calle de los Peregrinos een Tempeliersburucht. Hoog boven op een berg. Maar eerst moeten alle pelgrims onder de poort door en je ziet overal van die steentjes/schoenen/briefjes/lintjes liggen of staan. Bijzonder tafereel om te zien. Fietsers gaan rechtdoor echter vele pelgrims slaan direct linksaf. Zo gek eigenlijk, zelfde route alleen andere discipline. Na een lang steil stuk wordt dit plaatsje aangekondigd door de romaanse-gotische abdijkerk Santa Maria del Manzano (betekenis Maria van de appelboom). In deze abdijkerk staat een beeld van gekleurd steen van “Madonna”. In de abdij liggen diversen vorsten begraven en heeft een prachtig beeldencollectie. Ik werd via de route gestuurd over de Calle Real, een straatje waar je net door kan fietsen. Balkons zo mooi van kleur door de bloemen.
Uiteindelijk kwam ik aan bij de camping in Sahagun. Dicht, terwijl wel caravans en campers op hun plek stonden, bij vele nog een voortent eraan. De receptie was dicht, de hekken met dikke sloten afgesloten. Na korte blik op de volgende camping, hotel of hostel moest ik 30 km door. Echter na nog geen 20 km kwam ik (en echt midden in het landschap) een bar tegen. Na veel geklets blijkt dat volgens de eigenaar pas na 21 km weer een plaatsje was. Het was laat, ik was best moe, had honger en wilde eigenlijk gewoon lekker mijn tent opzetten eten en slapen. Dus bij de bar maar wat gegeten, gedronken, drinken voor onderweg gekocht. Prima, dan maar weer door. Na nog geen kilometer kwam ik na een steile klim van de route af in een straatje van een paar huisjes en een auberque waar ik op een apart veldje mijn tent kon opzetten, een sleutel kreeg voor de douche en toilet en een sleutel om mijn fiets afgesloten weg te zetten. Tevens stond er al een bord klaar om te eten en een goed koud glas bier, dat voor 11 euro.
Ik schrijf dit zo omdat het ook zo ging. Op het ene moment ben je radeloos en in de veronderstelling dat het nog even een goede krachtinspanning wordt, het tegen zit en dan plots is alles anders en kom je in de “hemel” terecht. Zo ging het nu iedere dag, een tegenslag en even later een pracht moment. Ja, zo kan ik het maar het beste benoemen. In het begin merk je dat het onwennig is. Je wilt alles eigelijk dat het goed verloopt zoals je het voorbereid hebt, nu denk ik alleen maar “het gaat zo als het gaat en komt altijd goed”.
Ik wist dat ik al aardig geklommen had, ik zat immers op 1100 meter hoogte. Dit voel je niet als je zo bezig bent maar voor het slapen gaan werd het koud, je voelt je zwaar en slapen gaat eigenlijk niet lekker. Veel eruit geweest, vaak warm gedoucht en heel lang onder de heldere sterren hemel gezeten, alleen maar kijken naar boven met op de achtergrond vogels, uilen en geritsel van klein dier. Dat zijn momentjes die je moet ervaren en er alleen maar van kan genieten.
Ik was er erg vroeg uit, was immers toch wakker. Alles netjes opgeruimd en bepakt op de fiets. Auberque was al open en daar broodjes gehaald. Ja ja, ook een goede kop koffie. De dag breekt aan en ik ga naar Cruz de Ferro op 1550 meter hoogte.
Cruz de Ferro is eigenlijk een bedevaart plek waar alle pelgrims van oudsher een steen van huis neerleggen, symbolisch als de lasten van thuis daar achter te laten. Geen zorgen of zonden, zoals vele zeggen omdat je deze voor de pelgrimstocht bij de pastoor moet biechten om vervolgens aan de reis te beginnen. Ik had geen steen meegenomen, maar diverse happy stones en een kruisje. De happy stone uit Frankrijk, happy stone uit Sneek, Middelburg en Hoorn en het kruisje komt vanuit de Kwakel.
Deze hebben ieder een eigen verhaal en wilde dat voor eeuwig daar achterlaten. Happy stones om de mensen een lach op hun gezicht te toveren bij het zien van deze stenen en het kruisje omdat degene dan mee is gereisd en daar alle mensen kan zien die voorbijkomen. Symbolisch bedoelt.
De klim naar het hoogste punt 1550 meter was mooi, stil, zonnig, adembenemend qua uitzicht en indrukwekkend. Gaandeweg er naar toe voelde je bepaalde energie op je afkomen. Gek, want had dit nog niet eerder meegemaakt.
Daar kwam dan ineens die berg inzicht. Op afstand zie je wel lintjes of dingen aan die hoge boomstam met in de top een stalen kruis, maar dichterbij zie je dan stenen liggen met afbeeldingen erop van mensen, teksten, armbandjes, potjes, lintjes van alles zie je. Je weet ook niet hoe je naar boven moet lopen tussen al die stenen om deze niet te raken. Het wordt ook niet weggehaald en zal daar voor altijd blijven liggen. Ik zat onderaan de berg toen er plots een man aan kwam lopen. Zag dat hij het zwaar had. Hij stond naast me en ik vroeg of hij water wilde en een reep voor wat meer energie. Dat wilde hij wel. Ik zag dat de man huilde en hij pakte me arm en vroeg mij om hem bij te staan. Later sta je dan op de berg naast de paal en hij pakte een potje waarin een beetje as van zijn zoon zat. Strooide dit uit, huilde nog meer. Ik ben maar zachtjes weer naar beneden gelopen. Pffff, dat was wel een dingetje moet ik zeggen. Na enige tijd werd het drukker en doordat ik daar onderaan stond werd ik een beetje fotograaf van vele pelgrims die wilde poseren. Dus tijd om met de afdaling te beginnen, ik zwaaide naar de man en deze zwaaide terug met een voorzichtige lach op zijn gezicht. Bijzonder weer.
De afdaling ging supersnel, zo snel dat ik door de wind, de hoogte halverwege toch een jasje moest aantrekken. Het ging hard…..zo geweldig !
Wat ik nog niet wist dat er aan het einde van de dag nog een klim te nemen was van 1300 hoogte meters. Overdag ging het gewoon snel, lekker door kunnen fietsen en genoten van alle dorpjes met elk weer een afbeelding van een Pelgrim, of een ooievaarsnest of een fontein of een man die de grasmaaier bediende maar de tijd nam mij en kraam aan te wijzen midden in het dorp waar ik water kon halen.
Maar het zat hem wederom in het einde van de dag. Tijdens de klim naar 1300 meter een weg op breking. Ik zag het hek wel platgedrukt, maar voelde niet goed om er overheen te gaan en de afzetting te negeren. Gelukkig maar want dat blijkt later, Nederlands stel negeerde deze afzetting en werd opgewacht door de Guardia Civil welke 200 euro boete oplegde. Geen fijne Camino. Stuk afgedaald, omgereden en weer klimmen. Als je al een klim hebt gehad, bijna bij het einde ben van je 2de klim en dan een omleiding krijgt…tja, dat is geen pretje.
Gekomen op 1300 meter hoogte (de klim naar Cebreiro) was wederom de moeite waard. Het pelgrimsbeeld Alto San Roque staat vier in de wind. Cebreiro heeft wel een legende en een mysterieus tintje. Hier zou in de bergen de heilige graal begraven liggen en in de 9de eeuw waren vele opzoek naar deze graal, tot aan de riddertijd is er gezocht. Nooit gevonden natuurlijk. Echter zo werd Cebreiro wel het bekendste en meest bezochte toevluchtsoord van pelgrims. In het plaatsje Triacastela, net voor Samos had ik een plekje in een hostel. Met 16 stapelbedden in 1 slaapzaal, de deur om 22:00 uur dicht en geen raam open, begrijp je wel dat ik al om 5 uur in de ochtend bezig was met mijn bepakking. Wat een ellende, gesnurk, scheten, in- en uitlopen, dromende mensen en daarbij de behorende teksten…nee, ik was wel geholpen met een bed maar van slapen kwam niet veel. Eerlijk is eerlijk, ook niet echt mijn ding. Ik ben dan toch van nature dat ik aan de ander denk en stil wil doen.
Zoals de hele reis, daar laat je wat en hier krijg je wat….
Deze ochtend rit was betoverend. De vogels, de damp van de grond, de mist hangend op de toppen van de berg en de zon die er telkens door wilde komen. Alleen op de weg en alleen het geluid van je banden….was echt prachtig. Al snel was ik in Samos en daarna in Sarria.
Toen ik de borden van Portomarin zag wist ik dat ik erg in de buurt moest zijn van Santiago de Compostella. Wauw, ik was er al bijna.
Portomarin, een plaatsje aan de overzijde van een stuwmeer in de Rio Mino. Een echt vissersdorpje uit de 1100. Bij laag water zou je de oude aanlegsteigers moeten kunnen zien en de daarbij behorende vis vallen. Helaas kon ik dit niet zien vanaf de kolossale brug dit naar Portomarin leidt. Portomarin is onder de zeespiegel verdwenen en later weer opgebouwd op een hoge heuvel. Op deze heuvel staat San Nicolas, een vierkant kerkje welke onder de waterspiegel vandaan is gehaald en steen voor steen weer is opgebouwd. Daar wilde ik een stempel halen, maar bleek dicht te zijn. Tijdje rondgereden toen ik iemand sprak die mij eindelijk kon vertellen in een klein zaakje te moeten zijn voor de originele stempel. Op terras gezeten en opgemaakt voor een tocht van 13 kilometer omhoog. Het was ook even zo een moment dat ik meer en meer besefte dat de reis er bijna op zat of juist niet. Want het kan ook betekenen dat ik dit soort trips vaker ga doen. Ik heb het zo naar mijn zin, wil je niet weten.
Het laatste stuk naar Santiago.
Nou het liefst hou ik het erg kort. Het laatste stuk zag ik pelgrims langs de route als of er een avondvierdaagse werd gelopen, jeetje mina honderden. Wat was het druk op de route. Van Portomarin was het alleen maar klimmen klimmen en nog eens klimmen door de eucalyptus bossen bij Touro en niet stil gestaan bij de vele Horreos (waar graan of mais wordt gedroogd).
Ik heb alleen maar heuvel op heuvel af gereden, zo erg dat ik op een gegeven moment drie heuvels had gedaan een u-bocht maakte en vervolgens diezelfde heuvels terug moest. Niks opgeschoten, niks gezien, niks voor mij. Dus besloot ik op 4 kilometer afstand van Santiago even te gaan zitten, heb koffie gezet, reepjes gegeten, blikje cola gedronken en mij echt moeten opgeladen om de laatste klimmen te gaan doen.
Zo gek, ben je al ruim 2900 kilometer onderweg, de gekste dingen meegemaakt en dan klap je mentaal 4 kilometer voor eindpunt in elkaar. Ik merkte dat ik dacht dat Spanje van elastiek was en Santiago de Compostella werd opgerekt zodat het steeds verder kwam te liggen. Dat die Spanjaarden de fietsers aan het pesten waren om van de hoge vluchtheuvels te maken, waarom die heuvels er nu waren en waarom ze het niet glad hebben gestreken. Het boek de Filosofie van de heuvel gelezen maar daar kon ik niet veel mee opdat moment.
Uiteraard herpakt en met een iets hogere snelheid richting Santiago de Compostella.
En toen, tussen de huizen door zag ik de punten van de kathedraal in Santiago de Compostella, daar ligt de stad recht voor me.
Bij binnenkomst van de stad toch nog een pittig klimmetje door de Rua do Pexigo tot aan de drukke binnenring van het centrum. Ik reed over de Plaza de Galicia en daarna over de Plaza del Toral, langs de kathedraal Santiag de Compostella (1077 gebouwd), door het poortje met 3 trappen en waar een man op een doedelzak speelde. Ik was op de Plaza do Obradoiro, mijn eindbestemming.
Midden op het plein stond ik dan. Een Koreaanse kwam naar mij toe en vroeg of ze een foto moest maken (kennelijk zat ik met mijn telefoon zo te rommelen en niet meer wist wat te doen). Ze maakte een prachtige foto, wel in ruil dat ik met 4 van haar vriendinnen op de foto ging. Tja, ik was die Hollander op een fatbike die vanuit Nederland heeft gefietst naar Santiago de Compostella. Hilarisch toch weer.
Pfff, en dan bellen naar huis….dat was fijn om je dierbare te bellen die zo mee hebben geleefd.
Ook de hele dag komt voorbij, het gevecht tegen de heuvels, de gedachte dat ik er al ben. Alle indrukken die overweldigend zijn, het fijne wat dit fietsen en wat het met je doet.
Ik heb lang gestaan op het plein en daarna ben ik naar de zijkant gegaan om even te zitten tegen de Pacia de Rajoy (gemeentehuis) en alleen maar kijken en de eerste indruk wilde ik gegriefd zetten in mijn koppie. Gewoon genieten van het beeld op de gevel van de kathedraal van St. Jacob, de immens grote deuren van de Kathedraal, alle wandelaars en of fietsers die aankwamen en alle reeds gearriveerde pelgrims zittend op het plein of tegen de gevels. Ieder met zijn eigen emotie of moment.
Ik kreeg een foto gestuurd van een dierbare vriendin die mij had gevolgd op de webcam van Santiago de Compostella. Zo onwijs goed gedaan want dan zie je je zelf op de fiets richting het midden gaan van Plaza do Obradoiro. Dat doet wat met je, omdat je het beleeft maar nu ook dat moment ziet. Super en voor mij goud waard. Echt heel blij mee en zo goed gedaan !
Voor 22:00 uur moest ik mij inchecken in het hotel. Ik redde dat net omdat ik best lang had gezeten. Na ingecheckt, spullen uitgepakt, gedoucht opzoek gegaan naar restaurant. Ik wilde een biertje drinken. Net om de hoek zat een heerlijk restaurant met Spaanse muziek en leuke bediening. Ook die vroegen het hemd van het lijf, zo geïnteresseerd. Nadat ik uit het restaurant ben gegaan liep ik in de avond nog even over de Plaza Do Obradoiro en door de pittoreske straatjes. Wauw wat een positieve vipe en energie.
In tegenstelling tot vele berichten van pelgrims die daar zijn geweest, vind ik Santiago de Compostella wel een mooie stad. Loop door de straatjes en kijk niet alleen vooruit maar ook omhoog, let op kleine details en je ziet zoveel. Tuurlijk, 1 souvenirs winkel en je hebt ze allemaal gehad. Maar er is meer te zien en te beleven.
Na 29 dagen te hebben gereisd, waarvan 24 dagen fietsen en 5 rustdagen, in totaal 2941 kilometer verder van Amstelveen, veel ervaring en mooie momenten was ik gearriveerd in Santiago de Compostella en zat mijn Camino erop.
Afronding van de Camino, zoals Compostelaat halen, fiets vervoer regelen, vliegtuig terug nemen daar gelaten. Mijn reis, de camino of te wel de St. Jacobsroute zat erop.
De volgende morgen was ik al vroeg in de weer. Ik wilde graag naar het pelgrimsbureau in Rua Carretas bij de kathedraal om mijn compostelaat te halen. Er stond al een rij tot om de hoek. Na enige tijd was ik aan de beurt om de compostelaat te gaan halen. Ik had niet alleen een volle pelgrimspas maar ook mijn geloofsbrief bij mij. Dit gaf een extra dimensie bij het uitschrijven van het compostelaat. De man liet zowel het pelgrimspaspoort (met oude stempel van Burgos) en mijn geloofsbrief zien aan iedereen die achter de balie zat. Hij nam gelijk de tijd voor mij en in Engels hadden we een heel gesprek. Ondanks de hele rij met pelgrims nam hij de tijd om mijn ervaringen te horen. Dat doet het dus, als je een beetje voorbereid op reis gaat.
Die dag heb ik heerlijk geslenterd door de stad, wat een cultureel pelgrims stad is het. Langs de Monasterio de Martin Pinario, een groot benedictijns kloostercomplex en door de Casco Historico zittend op terras.
Zo rond 16:00 uur ben ik naar de kathedraal van Santiago de Compostella gegaan. Binnen is het een pracht. De kathedraal is gebouwd in de vorm van een kruiskerk in 1077 met restanten en een eerdere kerk uit 800. In deze kerk zou het graf zijn van de apostel Jacobus. Ik heb deze gevonden toen ik door een hele nauwe doorgang moest, gangetje naar beneden en zag daar een soort tombe van zilver. Ook het wierookvat, Botafumeiro, hing hoog aan het plafond. Het wierookvat van 1,5 meter breed en 53 kilo zwaar wordt heen en weer gezwaaid in het dwarsschip van de kathedraal. Het mooist is toch wel de crypte met de relieken van de heilige Jacobus en twee van zijn discipelen Sint-Theodorus en Sint-Athanasius. Gedragen door de armen van engelen en bedekt met goud. Het geeft een indruk of het zweeft in de lucht. Door de drukte van zo onwijs veel pelgrims had ik een goed plaatsje voor de mis van 19:30 uur. Ik hoorde later op het vliegveld, waar ik de spreker van de dienst ontmoette, dat het een echte pelgrim mis was, opgedragen aan de pelgrims. Het was in het Spaans en ik begreep er niets was, maar ach mooi was het wel. Ook pelgrims uit Holland waren genoemd, hoeveel wist hij niet meer. Later over deze man iets meer. Na de mis ben ik langzaam teruggegaan naar het hotel, want morgen vlieg ik alweer terug.
De volgende ochtend regende het. Ik deed mijn fiets en bagage in het desbetreffende hok om opgehaald te worden. Ben vervolgens naar de Casco de Historico gelopen, oude boogstraatjes, om daar een ontbijtje te genieten. Hierna naar de Plaza del Bradoiro gelopen maar het wemelde van de politie en ambulance en verzorgingspersoneel demonstreerde op het plein. Wat een geluk dat ik niet vandaag arriveerde, dan had het een domper geweest. Ik besloot op 12 uur al richting bus te gaan, bus 6a richting Santiago de Chile Airport, te gaan. Ik liep de straat uit en plots zag ik toch nog een St. Jakobsschelp op de weg liggen. Bronskleurig was nu dat het nat was nog mooier en het besef dat het nu echt tijd is om te gaan kwam in mij op. De laatste schelp wijzend naar de weg terug naar huis. Hoe mooi is dat.
In de bus betaalde ik maar 1 euro voor een half uurtje rijden. Verbaast vroeg ik de chauffeur of dit wel goed was. Ja ja loop nu maar door, was zijn antwoord. En ohja, iedereen een mondkapje op. Dit deed wel weer even denken aan onze Covid-19 tijd. Ik vloog terug met Vueling, om 17:10 uur vanaf Santiago de Chile Airport. Kleine vluchthaven maar vol met mensen met rugzakken, of fietsen geheel in dozen verpakt. Ik heb mij kostelijk vermaakt, aangezien niet iedere doos goed was geplakt.
Plots zag ik de man staan die gesproken had tijdens de mis. Ik vroeg of ik iets mocht vragen en hij was zo benaderbaar. We hebben ruim 2 uur staan kletsen.
Terug op Schiphol kon ik zo door lopen en mijn goede vriendin Janneke stond me op te wachten, maar ook Paul (die mij beetje heeft aangestoken met deze manier van reizen). Zo leuk en onverwachts, dus hebben heerlijk koffie gedronken met elkaar en elkaars verhalen gedeeld. Hij over de reis naar Romen samen met zijn vrouw en ik mijn verhaal van Santiago. De trein richting Station Zuid Amsterdam en de tram 5 naar Amstelveen. Ik ben weer thuis en hoe ! Meer dan voldaan…wat was dit een onwijs mooie reis !
Let’s ride & Make Miles.
24ste dag: 149,03 km, 933 hoogte meters, 7 uur 29 min (Berclanos Del Real Camino)
25ste dag: 134,80 km, 834 hoogte meters, 7 uur 6 min (Santa Colomba De Samoza)
26ste dag: 95,91 km, 1669 hoogte meters, 7 uur 12 min (Triacastela)
27ste dag: 158,82 km, 2302 hoogte meters, 9 uur 26 min (Santiago de Compostella).
28ste dag: Rustdag
29ste dag: Terug naar huis.
