
Ik was gebleven in de laatste blog bij het plaatsje Dax op mijn de 16de dag.
De camping die ik in gedachte had was open. Mooie camping en vooral erg schoon. Heerlijk plaatsje gekregen. Ik blijf hier een dagje langer, zeg maar gerust een rust dag.
Nadat ik alles had opgezet en geïnstalleerd ben ik Dax in gegaan en heb heerlijk gegeten. Na een goede nachtrust, echter meneer de bosuil had toch nog wel wat te vertellen aan de gasten op de camping, ben ik in de ochtend begonnen met een ontbijtje niet ver van de camping af. Heerlijk tussen de Franse gasten die al tot mijn verbazing om 10 uur aan de wijn zitten. Vroeg in de ochtend ontwaakt de stad waar je bent, het is dan nog zo rustig en je kunt overal makkelijk bij komen om te bezichtigen.
Na ontbijt ben ik teruggegaan naar de camping. Mijn kleding gewassen, makkelijk want voor 2 x 5 euro is het gewassen en heeft de droger ook zijn werk gedaan. In die 2 x 45 minuten had ik de route van morgen bestudeerd en mijn fiets schoongemaakt.
Na deze klusjes en genoten van de eigen gemaakte koffie, weer terug Dax in gegaan. Wat een stad, heerlijk getoerd en zelfs kappertje aangedaan. Dax is een mondaine badplaats aan de rivier de Adour. Ook bezocht de restante van de Romeinse stadsmuren uit de 14de eeuw. Een kaarsje opgestoken in de kathedraal aan de Rue Cazade en in het voorstadje St. Paul-les-Dax (waar ik Dax binnen ben gereden) staat de massieve weertoren met uit de 11de eeuw een marmeren diep reliëf. Tuurlijk even bekeken.
In de avond begon het al te betrekken. Ik was bij tijds terug op de camping en had mijn potje gekookt. Wolken trokken over Dax en jawel, de eerste druppels begonnen te vallen. Die nacht was er wind, regen en onweer. Zo erg, dat ik mensen heb geholpen in de nacht die weg wilden gaan, terwijl ze campers hadden en ik gewoon in mijn tentje.
Alles was nat en vochtig de volgende ochtend en heb alles maar vochtig ingepakt. Deze dag wilde ik graag naar St-Jean-Du-Port. Het plaatsje waar de pelgrims tocht begint voor vele die de tocht willen wandelen. Het traject was 92 km waarbij ik 1113 meters moest klimmen.
Op de 18de dag rij ik eerst naar Peyrehorade (in het dal van Gave d’ Oloron en met z’n Abdij van Arthous) vanuit daar naar St.-Jean-Du-Port. Na een mooie rit met niet al te veel klimmetjes aangekomen in St.-Jean-Du-Port. Direct een stempel gehaald bij het frans pelgrimsbureau Les Amis de St. Jacques. Lange rij maar ik was aan de beurt. Direct werd er gekeken welke stempels ik had. Indrukwekkend en mijn pas werd dan ook gretig bekeken door de mensen van de inschrijving. Tot mijn verbazing hoefde ik mij niet in te schrijven omdat ik al een pas had. Maar de man vroeg mij het hemd van mijn lijf. Hij nam de tijd om een praatje te maken en gaf mij het idee dat ik niet voor niets in de rij had gestaan. De waarschuwing was dat er slecht weer opkomst was en na St.-Jean-Du-Port lag een klim van 1050 meter hoog. Wilde ik van het uitzicht genieten moest ik voor maandag daarboven zijn. Het was een erg leuke ontmoeting.
Hierna door de Rue de la Citadelle gereden, onder de stadspoort door en gelijk langs de rivier de Nive. Een eenvoudige camping met alles d’r op en d’r aan. Ik was best laat, maar des al niet te min, gelijk aanspraak van een Belgische man die mijn zijn ezel en hond de St Jacobsroute liep. Hilarisch natuurlijk.
Ook een Engelsman kwam een praatje maken, hij was al maanden onderweg en was niet van plan direct door te gaan naar Porto. Nadat ik alles had opgezet en geïnstalleerd, douche gepakt wilde ik wel wat eten in het stadje. Het zat immers om de hoek.
In het restaurant werd ik aan een tafel gezet met nog 3 Franstalige mannen. Na een tijdje begonnen ze te vragen waar ik vandaan kwam, hoe ik reisde en wat was de reden voor deze trip. Drie vrienden, waarvan 1 de hele tocht ging lopen en de andere twee ondersteunde hem om stukjes mee te lopen. Gezellige avond werd het met een goed glas wijn. En jawel, ik deed weer het licht uit.
In de ochtend had ik een restaurantje op het oog om een frans ontbijt te nemen. Daar kwam 1 van de 3 mannen aan die ik de avond daarvoor had ontmoet, vroeg of hij me mocht vergezellen tijdens een ontbijt. Zo gekletst dat hij zijn bus miste naar het vliegveld, niet erg er kwam er nog wel 1tje. Zo is dit leven nu eenmaal. “Alles komt goed & maak je vooral niet druk”.
Na het ontbijt en afscheid genomen te hebben en de man een goede reis naar huis toegewenst ben ik door St-Jean-Du-Port gelopen. Wat een dorpje, overal pelgrims, wandelaars in volle outfit en goed gemutst (ik dacht alleen maar hoe zou dat zijn over 300 kilometer, zouden ze dan nog zo zingend onder de stadpoort lopen). Ik had besloten om spullen terug te sturen, zodat het scheelt in gewicht. Hoe geweldig ik ben geholpen door een lokaal bedrijfje is niet normaal. Nadat ik de kaartjes voor de thuisblijvers had geschreven, het pakket op de post had gedaan ben ik naar de supermarkt gelopen, mijn inkopen gedaan en terug naar de camping. Inmiddels was het zo warm geworden dat ik zelfs heb gezwommen in de Nive (en ja tussen de forellen door die daar lagen te wachten op hun hapje).
’s Avonds was het gezellig druk op de camping. Veel fietsers waren er gekomen en het was een wirwar van tentjes. Daar kwam de Engelsman, hij was me de hele dag al kwijt. Vertelde hem dat ik gelopen ben naar de Citadel. Een vestiging van liefst 600 meter lengte en gebouwd naar het inzicht van Vauban. De beschermer van de pelgrims. Uitzicht is adembenemend. Dat ik langs de romeinse muur ben gegaan naar de Eglise de Notre Dame du port en deze heb bewonderd. De poort van het begin van de St. Jacobsroute. Ook een kijkje genomen bij de Prison des Eveques, een gevangenis voor misdragende pelgrims. Dat wilde de Engelsman morgen dus ook gaan bekijken. Het is meer dan de moeite waard. Er heerst z’n ongelofelijke goede energie in dat ene straatje waar alle pelgrims doorheen lopen.
In de ochtend was ik vroeg wakker want de afstand van deze dag zou worden 106 km en met 1811 hoogte meters. De beroemde klim stond voor de boeg. Een klim naar 1050 meter, Alto Ibaneta de top van de pas naar Spanje.
Op de top staat een klein monument ter nagedachtenis van Roland, de trouwe paladijn van Karel de grote met daarnaast een modern kapelletje.
Het werd een prachtige klim. Binnen 2 ½ uur was ik boven. Het uitzicht, de sfeer, het monument en het kapelletje. Ja, die zware klim was het waard. Wat een pracht. Gelukkig was ik vroeg boven, na een uurtje kwamen al de bussen aan met toeristen en wandelaars. Het werd drukker en drukker. Tijd om weer naar beneden te gaan. Spanje in…daar heb ik z’n zin in. Spanje met al zijn hoogte verschillen, een diversiteit aan landschap en dorpjes.
In de afdaling ligt het eerste plaatsje: “Roncesvalles”. Het is een historisch klooster welke in de 12de eeuw is opgericht als hospitium door de bisschop van Pamplona. Nu wordt het gebruikt om pelgrims onderdak te bieden, grote slaapzalen en erg goed eten. Dit voor maar 12 euro pp. Het zijn pelgrims prijzen, laten zien van het paspoort en de korting is binnen, stempelen doen ze ook en je wordt warm welkom geheten. Ik wilde alleen maar even kijken hoe het eruit zag. Mocht er geen camping open zijn, dan kan ik altijd nog uitwijken naar dit soort slaapvertrekken (nou, dat heb ik later op de reis gemerkt).
Al snel kwam de plaats Pamplona in zicht. Wat een pracht stad, maar druk. Daar waar je stad in gaat staat een klein gebouw, kerk, nisje. Bordjes met de tekst dat je zelf je stempel kunt zetten. Hé, dat is wat voor mij. Na wat gepruts en gedoe had ik de stempel gezet. Met zicht op de watervallen van de rivier de Arga, de 14de -eeuwse brug met stalen pelgrimskruis stond ik toch weer verbaast hoe dit allemaal gaat. Maar oké, ik ben in Pamplona. Het originele pad dat flink stijl langs de stadsmuur loopt en door de Portal de Francia was ik in het centrum.
Pamplona, de hoofdstad van de streek Navarra welke de romeinse veldheer Pompeius heeft opgebouwd. In het centrum nabij de Plaza del Castillo, verscholen tussen de huizen met hun bloemenbalkons en met de talrijke volle terrasjes ligt de kathedraal. Ik wilde naar binnen voor een stempel. Buiten stond een man, met een bakje in zijn handen. Wenkte naar mij en moest mijn fiets in de kerk zetten. Hij zou mij de weg wijzen naar de stempelplaats. Ondertussen begreep hij dat ik uit Nederland kwam en direct werden de namen Ronald Koeman, Johan Cruijff genoemd. Helaas, het secretariaat was dicht. Dat vond hij zo jammer, dus moest ik met hem mee naar een schilderij van de het kruisigen van jezus en als ik 50 eurocent in de daarvoor bestemde gleuf deed, verlichte dit schilderij. Het schilderij werd in de oorlog gestolen, had een diep geloofwaardige betekening voor Pamplona is na jaren weer terug in de kathedraal. Hierna moest ik van hem even aan de koffie aan de overkant van de ingang en hij ging wel regelen dat er een stempel gezet werd. Hilarisch weer, want later kwam hij terug, moest met hem mee, door een deur door een gang en daar kwamen twee nonnen de trap af en opende het secretariaat. Kreeg een zegen in de vorm van een kruis van de non, ze zetten een stempel en liep achter me aan de kamer uit en deed de deur weer op slot. Later vertelde hij mij dat hij ze uit bed had gebeld om de stempel te zetten. Tja iemand uit Holland en op de fiets, dat vond ie wel wat. Buiten vroeg ik wat hij van mij kreeg. Hij begon meteen het bekende verhaal van moeder ziek in ziekenhuis enz. enz. Ik zei tegen hem dat ik het zou waarderen als hij met mij een broodje zou eten en iets te drinken zou nemen. Dat vond ie wel zo prachtig, ik heb later wel wat klein geld in zijn bakje gedaan. Ik wilde gewoon niet meteen geld geven, daar is de reis niet naar.
Door Pamplona rijden is geweldig, die straatjes, de mensen, het geluid en het sfeertje. Nadat ik had gegeten op een terras naast het monument van het wel bekende stieren vechten wat altijd gehouden wordt op 7 juli even nog naar de arena van het stierenvechten gereden. Imposant gebouw, verscholen achter de bomen. Het was niet open en kon er ook niet dichtbij komen. Maar zo op een kleine afstand kon ik het goed bewonderen.
Op naar Puente La Reina voor de overnachting. Rijdend door het dal van Rio Erra is toch wel een geschenk. Wat een prachtige laatste kilometers tot aan Puente La Reina. Helaas was de camping verdwenen in Puenta La Reina, dus na flinke klim gekomen bij een Albergue. Tent kon op een veld staan, in de grote kantine heerlijk gegeten en gedronken. Moest wel direct aan tafel, dus na het eten tent opgezet, gedoucht en stukje gelopen in de omgeving. Bijna iedere avond heb ik wel gelopen, goed voor de spieren.
Onder het eten was er een Spanjaard die niet geheel blij is met fietsers. Dat liet hij duidelijk weten, ook toen ik terug was zocht hij me nog een keer op en liet in prachtig Spaans horen hoe verschrikkelijk hij de tent vond, de fiets niet goed was en schande voor de wandelaars. De beheerde suste alles (denk ik dan maar). In de nacht rond half 3 even naar de wc. En jawel, daar zat de spanjaard buiten op een bankje. Toen ik weer terug was, was hij weg. Toch even kijken, ja fiets staat, haringen nog in de grond, spullen in de tent. Nou ja, het zal wel (dacht ik). Tot in de ochtend, merkte dat de twee banden van mijn fiets lek waren. Verdikkie, de gaatjes zaten boven de “k” van de letters van het merk Kenda. Tja, bedenk het maar. Geplakt, verwisseld en na hoop gedoe i.v.m. het niet mogen zijn op het terrein, in de middag pas onderweg.
Dus op deze nog geen 45 km gereden en was het eigenlijk best zat. Tot aan los Arcos, door het dorpje Puerta de Castilla over de brug van Rio Odron lag de alberque. Gerund door een Belgisch stel en totaal anders ontvangen geholpen en het verhaal bevestigd gekregen dat het niet z’n gastvrij Albergue was. Nou ja, ik was weer op de rit. De banden waren nu wel “geplopt” en bleven goed hard. In het stadje heerlijk pasta karbonade gegeten en bezoekje gebracht aan de kerk Santa Maria met de 15de -eeuwse muurschilderingen welke wel wat donker zijn geworden.
Vroeg in de ochtend de fiets weer bepakt, gelukkig nu alles droog. Zelfs de kleding die ik gewassen had was droog. Belgisch stel kwam nog wel even gedag zeggen, zo lief van die mensen. Ik merkte dat Jan om een praatje verlegen zat. Hij gaf nog als tip voor een goed ontbijt een lokaal adresje mee en had gelijk.
Deze dag was eigenlijk een goede rit naar Berceo toe. Door Logrono heen. De hoofdstad van Rioja. Tussen de druivenvelden die dalen naar de stad. Rijden over de stenenbrug over de Rio Elbro was best indrukwekkend. Deze is gebouwd door San Juan de Ortega, een pelgrim die veel voorzieningen heeft gemaakt voor de pelgrims. Door de hoofdstraat Rua Vieja kom je bij de kerk Santa Maria de la Ronda uit de 13de eeuw. Deze heeft een zeldzame gevormde toren en wat ook prachtig was, was de oude pelgrimsbron bij de 16de -eeuwse Santiagokerk. Want boven de fundamenten hangt een indrukwekkend beeld gehouwen tafereel met Santiago Matamoros. Opvallend was dat vanaf dit punt op de route steeds meet ooievaars nestelden. Had het geluk om 1 nest met jongen ooievaars te mogen aanschouwen.
Ik ben zelf nog even teruggegaan omdat ik het steegje Calle del Laurel wilde bewonderen. Op de YouTube filmpjes zie je deze vaak terug. Kleine kasseien op de weg, heel veel mensen wandelen door deze straat en je begeeft je direct in het oude Spanje, balkonnetjes met wasgoed en bloemen, Spaanse dametjes gearmd door de straat heen, het was prachtig.
Door naar Berceo, door Najera heen. Daar waar in de berg mensen hebben geleefd in de gemaakte groten. Het is een roodbruine berg met allemaal gaten erin. Ik heb het gezien maar bedacht me meteen kunnen daar mensen wonen? Volgens een legende heeft Don Garcia I van Najera zijn torenvalk daar teruggevonden, deze zat naast een patrijs aan de voet van een madonnabeeldje.
Ik kon er niet dichterbij komen, helaas. Veel was afgezet en had onderweg ook best veel omleidingen. Maar eenmaal na Najera, voorbij de Mausoleum uit de 15de eeuw, waar de koningen van Navarra liggen begraven en over de brug over de Rio Najerilla waarna het klooster Sta Maria La Real uit de 12de eeuw ligt met zijn halfronde torens werd het alleen maar groener en uitgestrekter.
Berceo, prachtige camping met echt alles d’r op en aan. Goede toiletgebouwen, was rustig met kamperende mensen. Het regende nog even tijdens de wandeling naar het kleine kerkje, waar zich een mis diende. Een verder ligt het Monasterio de Yuso in het groene dal welke op de werelderfgoed lijst staat. Het is een immens romaans meesterwerk en dat allemaal naar aanleiding van een ossenwagen die vast kwam te zitten.
Teruggekomen was het restaurant inmiddels open en heb daar heerlijk gegeten. De wolken werden wel wat donkerder en begon me af te vragen, aangezien ik de bergen weer in ging of het verstandig was de volgende dat te gaan fietsen.
De volgende ochtend op werd toch de twijfel wel bevestigd. Vele mistbanken, regendruppels en wind. Ik stelde mijn vertrek uit tot 9 uur, 10 uur 11 uur en toen ben ik eigenlijk op de goede gok gaan fietsen. Het werd een prachtige dag. Ruim 100 km gefietst tot net aan Burgos. Voor Burgos een camping gevonden en wilde vroeg d’r in.
Ik wilde vroeg door Burgos fietsen. Nog voor vele het stadje aan doen en zo opzoek kan gaan naar die ene oude stempel. Het zou een dag van 150 km worden en niet zo veel hoogte meters maar wel veel klimmetjes. Eerst naar centrum van Burgos. Burgos is de oude hoofdstad van koninkrijk Castile. Hier werd in 920 slagen gevoerd tegen de mooren. De pelgrims kwamen massaal naar Burgos en daardoor is deze stad ook een echte Pelgrimsstad. In de kathedraal ligt begraven El Cid welke ook buiten een groot standbeeld heeft. Deze heeft veel betekend in de slag tegen de mooren. Ik ben gereden over de brug de Puente San Pablo welke uitkomt bij de stadspoort van Burgos waarachter de kathedraal. De torens zijn gebouwd door o.a. Jan van Keulen in de vormen van de Dom van Keulen. Binnen in de kathedraal staat een altaar met maar liefst 465 figuren afgebeeld. Steeds meer ontdek ik dat in de vroegere tijd er veel meer gedaan werd aan expressie en uitbeelding alles met de hand gemaakt.
Voor de kathedraal zijn er zo veel bedelaars. Spullen buiten staan is hier echt op eigen risico. Dus trappen op en alleen om de hoek kijken de kathedraal in. Het was niet het enige waar ik Burgos zo interessant vind. Ik had gehoord dat ik daar de oudste stempel kan halen voor in mijn paspoort. Was even zoeken (ruim 1 uur door de straatjes gefietst) maar gevonden. Achter een dikke grote houten deur was iemand die de stempel verbaasd aan mij gaf. Er komen niet veel die stempel halen, dus diegene was zeer verbaasd dat ik wel de tijd had genomen. Na Burgos werd in het paspoort dan ook gekeken naar die ene stempel bij het stempelen. Zo leuk hoe verbaasd de mensen kunnen reageren op een stempel.
Onderweg naar dat straatje zag ik een leuk restaurant annex bar annex bakker. Gezellige muziek, goede koffie en weer van die heerlijke broodjes. Werd wel tijd om verder te gaan dus over het pleinen Str. Teresti, Conde de Castro en zicht op de Castillo verliet ik Burgos met een onwijs leuk gevoel. Wat was dat op 1 of andere manier gezellig.
Langs Fromista wat graan betekend en deze afbeelding komt veelvuldig terug in de deuren van de kerken. Op de afbeeldingen zijn nooit het schip en het graan op gelijke hoogte afgebeeld, op eerste gezicht niet te zien als je het niet weet. Even voor het plaatsje ligt de sluis van het Canal de Castilla, deze rivier overbrugt over 200 kilometer een hoogteverschil van 150 meter. Duidelijk te zien aan de treden van de sluis. Ik stond bij 1 van de 49 sluizen. Ook dit kanaal wat nooit is afgebouwd geldt als cultureel erfgoed.
Wederom had ik die dag een camping die niet open was. Ik besloot maar een alberque te nemen en wel in het plaatsje Berclanes del real Camino. Prima verzorgd, goede accommodatie en super goed eten. Slapen was even een dingetje. Met twee vrouwelijke pelgrims op de kamer, waarvan 1tje al in een meditatie houding zat en ik wilde douchen. Na de douche terug op de kamer lag ze al te slapen, dus nog zachter doen. Wat een gedoe.
Vroeg waren ze wakker en weg waren ze. Bij het kijken op de klok was het 5 uur, hoe dan ?
Ik ben d’r maar uit gegaan, spullen gepakt en heb heerlijk buiten gezeten met verse broodjes en heerlijk vers gezette koffie. De 24ste dag was begonnen en hoe, beter kun je je toch niet wensen.
Let’s ride & Make miles.
17de dag: Rustdag
18de dag: 92,22 km, 113 hoogte meters, 5 uur en 33 min (St-Jean-Pied-De-Port)
19de dag: Rustdag
20ste dag: 106,16 km, 1811 hoogte meters, 7 uur en 52 min (Puente la Reina)
21ste dag: 39,69 km, 621 hoogte meters, 2 uur en 36 min (Los Arcos)
22ste dag: 73,5 km (Berceao)
23ste dag: 103,40 km, 989 hoogte meters, 5 uur en 55 min (Burgos)